De PodVIS

← De PodVIS9 apr · 34 min

#13 met Timon Hoitink: waarom doen mensen wat ze doen?

#13 met Timon Hoitink: waarom doen mensen wat ze doen?9 apr34 min

De Psychologie van Gedragsverandering: Waarom Mensen Doen Wat Ze Doen

IntroductieIn deze aflevering van de PodVIS duiken Phyleen Manger Cats en haar gast Timon Hoitink in de psychologie achter gedragsverandering binnen organisaties. Ze onderzoeken waarom mensen doen wat ze doen, en waarom verandering vaak niet loopt zoals bedacht. De kern van het gesprek ligt niet bij snelle oplossingen, maar bij het belang van analyse: eerst begrijpen, dan pas interveniëren. Weerstand wordt daarbij niet gezien als probleem, maar als waardevolle informatiebron die iets zegt over onderliggende behoeften en motivaties.

Motivatie: van prikkel naar identiteitHet gesprek maakt een scherp onderscheid tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Extrinsieke prikkels – zoals belonen, straffen of nudging – kunnen gedrag tijdelijk beïnvloeden, maar missen vaak diepgang. Zodra de prikkel verdwijnt, verdwijnt het gedrag meestal mee.

Intrinsieke motivatie zit anders in elkaar. Die is gelaagd: van basisbehoeften tot sociale drijfveren en uiteindelijk de vraag: wie wil je zijn? Gedrag wordt duurzamer wanneer het gekoppeld is aan iemands identiteit. Storytelling en betekenisvolle narratieven spelen daarin een belangrijke rol. Niet om mensen te overtuigen, maar om ze te helpen de verandering te verbinden aan hun eigen waarden.

Weerstand als signaal, niet als probleemTimon zegt: weerstand is logisch en functioneel. Het vertelt je iets. In het gesprek worden drie vormen onderscheiden:

Reactance: verzet tegen verlies van autonomie

Scepsis: twijfel door behoefte aan zekerheid

Inertia: stilstand door energiebehoud

In plaats van weerstand weg te managen, helpt het om te onderzoeken wat eronder zit. Wat probeert iemand te beschermen?

De spanning tussen organisatie en mensGedragsverandering schuurt vaak omdat organisatiedoelen niet automatisch samenvallen met individuele behoeften. Denk aan verplichte veranderingen die botsen met iemands waarden of werkplezier. Dat kan leiden tot cognitieve dissonantie: gedrag dat niet meer klopt met wie iemand denkt te zijn.

Veel interventies missen effect omdat ze deze spanning negeren. Ze richten zich op “hoe krijgen we ze mee?”, zonder te onderzoeken waarom iemand nog niet meebeweegt. Terwijl juist daar de sleutel ligt.

Praktische implicaties voor leiderschapDe belangrijkste beweging voor leiders en HR-professionals: begin bij diagnose in plaats van oplossing.