
← Evenwicht, je leven8 jul · 10 min
20 Wij zijn vreemden
Wij zijn vreemden totdat wij elkaar ontmoeten. Ik kon het niet laten om over deze uitspraak te schrijven en te vertellen. Bij deze.
(afbeelding Pixabay Vincent Grenon)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is de laatste aflevering van seizoen 11. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een groot deel daarvan gaat over ons fysieke evenwicht. Maar alle andere onderwerpen zoals ik steeds in de inleiding zeg: evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 11, aflevering 20: We zijn vreemden.
We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Dat is een uitspraak die ik hoorde in een Netflix-serie, ja wij kijken af en toe naar Netflix, omdat er geen andere leuke programma's op de gewone televisie zijn. En deze uitspraak die hoorden we aan het begin van de serie. ‘We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.’ En ik weet niet of deze toebehoort aan een belangrijke historische figuur of filosoof, het zou namelijk zo maar kunnen. Ik vind het namelijk best een bijzondere uitspraak. Eigenlijk wel geweldig! Maar waarom vind ik dat? We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten.
We ontmoeten zo veel mensen. En toch voelen ze dan als vreemden. Bijvoorbeeld als ik in de bus of trein zit met andere mensen die ik nooit eerder heb gezien. En ook al is er oogcontact of maken we een opmerking naar elkaar, het blijven vreemden. Ik weet niets van ze. Behalve dat wat ik zie. Ik kan het uiterlijk zien. Ik weet of het een man of een vrouw is. Iemand van een bepaalde leeftijd of juist heel jong. Kleding. Wat ze bij zich hebben. Dat ze op de mobiel kijken of rustig naar buiten aan het staren zijn. Er is soms een geur die mij bereikt. En die is prettig of onprettig. En ze zitten in dezelfde bus of trein waar ik in zit.
Ja, als ik dit zo zeg, dan lijkt het alsof ik dan wel heel wat weet van die ander. En soms hoor ik dan ook de naam. Als ze gebeld worden en ze nemen op en ze noemen dan hun naam. En dan hoor ik ook de stem. De stem zegt ook iets over die persoon. En toch zijn het vreemden. Het zijn wel medereizigers op weg naar, nou ja, in ieder geval dezelfde kant op waar ik ook naartoe ga.
En wanneer verandert dan een vreemde in een persoon die niet meer vreemd voor mij is? Is daar een omslagpunt? Is dat wanneer we in gesprek raken en het een en ander uitwisselen? Dat we naar elkaar luisteren of een vraag stellen. Ja als dat eenmalig gebeurd, is die persoon dan nog steeds een vreemde? En het is logisch als ik iemand vaker zie en spreek, dat diegene dan geen vreemde meer is. Zelfs als ik de naam niet weet, voelt diegene niet meer als een vreemde. Bijvoorbeeld ook als je naar een winkel gaat en daar de verkoper spreekt, dan weet ik vaak helemaal geen naam en toch spreek ik die vaker en dan is het dus geen vreemde meer.
Maar dan gaat het ook eigenlijk om het woord 'ontmoeten' in die uitspraak. We zijn vreemden totdat we elkaar ontmoeten. Want wanneer ontmoet je iemand? Zou zelfs alleen een enkele blik -oogcontact- al genoeg zijn om te spreken over een ontmoeting? Want hoe vaak heb ik oogcontact met wildvreemde mensen? Is het dan wel eens dat het helemaal niet meer vreemd voelt? En soms heb ik dan de neiging om iets te zeggen. En helemaal als dat nodig is, dan kan ik ook heel makkelijk iets zeggen tegen die persoon. Of is het oogcontact in gradaties te meten? Heb je vluchtig contact zonder dat je de ander echt ziet! Of elkaar aankijken, zonder dat er verder iets gebeurt? Of een blik van kort contact, een soort ..ehm.. blik van verstandhouding? Er is ook oogcontact waarbij je elkaar écht even ziet. Dan kan het zijn dat.. dat je echt bij iemand naar binnen kijkt. Dat je de ziel van de ander ontmoet. Zoals zo mooi gezegd kan worden.
Ja, ik denk dat er echt gradaties zijn dus in dit soort ontmoetingen. Dat dan zo'n ja, een beetje een diepe, intense blik dat die zelfs veel meer teweeg kan br