Fantasyfans

← Fantasyfans27 aug · 20 min

Sciencefiction is ideeënliteratuur

Stel dat we over een paar eeuwen versleten lichaamsdelen gewoon kunnen vervangen. Een nieuw skelet als het oude niet meer meewerkt, verbeterde ogen wanneer je zicht achteruitgaat en technische hulpmiddelen voor alles waar ons lichaam ons in de steek laat. Een aantrekkelijk vooruitzicht, totdat je bedenkt dat al die nieuwe onderdelen waarschijnlijk hun eigen gebruiksaanwijzing hebben.

Misschien heeft dat kunstmatige skelet een beperkte levensduur. Misschien moeten die verbeterde ogen iedere dag met een speciaal zalfje worden onderhouden. En als je nu al regelmatig je bril kwijt bent, waarom zou je in de toekomst ineens wél al je technische hulpmiddelen kunnen terugvinden?

Het is precies het soort gedachte-experiment waar Jango Mathijsen en Anaïd Haen plezier in hebben.

‘Het begint wel heel vaak met: wat als?’, zegt Jango.

‘Ja, maar dat is nog niet erg genoeg’, vult Anaïd aan. ‘En dan denken we alsmaar door. Totdat we echt een groot probleem hebben.’

Die manier van denken vormt de basis van veel van hun sciencefiction. In de verhalenbundels Er Zal Eens verkennen ze verschillende mogelijke toekomsten, terwijl hun Ruimtebrekers-serie zich afspeelt in een universum waarin de mensheid zich ver door het Melkwegstelsel heeft verspreid. Hun toekomst is zelden probleemloos, maar ook lang niet altijd de duistere dystopie die sciencefiction soms van ons maakt.

Liever naar de toekomst

Anaïd weet in ieder geval welke kant ze op zou gaan als tijdreizen ooit mogelijk wordt. Niet terug naar een romantisch verleden, maar vooruit.

‘Ik zou altijd naar de toekomst willen. Ik zou altijd willen weten wat er komt.’

Ook Jango kijkt betrekkelijk optimistisch naar wat daar op ons wacht. Technologische vooruitgang heeft volgens hem in het verleden veel bijgedragen aan onze levensstandaard en ons welzijn. Hij ziet geen reden waarom die ontwikkeling zou moeten stoppen. Alleen verandert technologie één ding niet: de mens zelf.

‘De mens blijft de mens. We hebben heel veel positieve eigenschappen als mensheid, maar er zijn ook een aantal slechte eigenschappen.’

Daarmee is meteen het probleem van een tè perfecte toekomst opgelost. Nieuwe uitvindingen kunnen ons leven aangenamer maken, maar ze geven ons ook nieuwe mogelijkheden om fouten te maken. Hoe krachtiger de technologie, hoe groter bovendien de mogelijke gevolgen als iemand haar verkeerd gebruikt.