Geruis Uit De Kluis

← Geruis Uit De Kluis1 aug · 16 min

Zit God tussen je oren?

Zit God tussen je oren?1 aug16 min

Die God van jou, waar je zoveel houvast aan hebt, en die er altijd is als je aan Hem denkt? Zit die niet gewoon tussen je oren? Is elk gebed, elk gesprek met Hem niet gewoon een gesprek met jezelf? Want je loopt Hem niet tegen het lijf als je boodschappen gaat doen, of in het bos als je de hond gaat uitlaten. Je ervaart Hem alleen als je je terugtrekt in jezelf.

“God zit dieper in mij dan mijn diepste innerlijk, en hoger dan mijn hoogste topje.” Dat is een wereldberoemde uitspraak van de heilige Augustinus. Het klinkt diep ontroerend en veel mensen moeten er een beetje van snotteren. Maar als je er even goed naar kijkt is het ook best verontrustend.

Want als God dieper in je zit dan zelfs je onderbewuste, en meer jou is dan jij jezelf bent - want dat is wat er staat - wat blijft er dan van Hem over, apart van jou? Als de enige weg naar God naar binnen loopt, zit je dan niet gewoon tegen je eigen innerlijke spiegelbeeld te kletsen als je aan het bidden bent?

De negentiende-eeuwse filosoof Feuerbach beweerde dat in ieder geval wel. Volgens hem is God niks anders dan de geprojecteerde, uitvergrote essentie van de mens zelf. Wat de mens in God meent te zien - liefde, almacht en goedheid - is volgens hem een spiegel van wat de mens zich wenst, maar naar buiten en omhoog geprojecteerd.

En zo denken ook de meeste moderne psychologen erover. Er zijn tegenwoordig zelfs hersendeskundigen - dus geen psychologen maar serieuze wetenschappers - die roepen dat ze het gebed zelf zien oplichten op hun scans en dat dat het mysterie van God wel zo’n beetje heeft opgehelderd. Ik vind dat persoonlijk nog wat aan de haastige kant, maar enfin.

Nou gaat het niet aan om voor dit soort vragen weg te lopen. Als je je geloof serieus neemt kan je God niet gaan lopen beschermen tegen de realiteit. God moet jou in standhouden, niet jij God. Vrijwel alle grote mystici hebben met dit probleem geworsteld, dus juist de mensen die zich het diepst hebben gewaagd in de jungle van het gebed en de ingewanden van God.

Ook zij hebben het nogal eens over een spiegel, maar ze komen tot een andere conclusie dan de sceptische psychologen. Voor hen is de méns de spiegel, en God degene die in die spiegel kijkt. Zo wordt de mens wel heel letterlijk beeld en gelijkenis van God.

De dertiende-eeuwse mysticus Rumi vertelde graag het volgende verhaal, dat in dichtvorm is overgeleverd. Het is wat aan de lange en breedsprakige kant voor de gefrituurde tiktokbreinen van tegenwoordig. Daarom geef ik hier maar even een vrije vertaling ervan. Het gaat over Mozes. Die trok eens door de velden toen hij een zacht gemompel hoorde vanaf een heuveltje even verderop.

Op een dag hoorde Mozes hoe een herder tot God bad,

O, God, o God, mijn Heer en nog wat verder dan dat,

“Waar woont U toch, ik wil U dienen als uw trouwe knecht,

Ik lap uw ouwe schoenen en ik kam uw kapsel recht.