
← Geruis Uit De Kluis30 jun · 35 min
Het ging nooit om de Latijnse Mis
Bij uitzondering deze keer een aflevering die gaat over de donkere kant van een intens geleefd geloof. Mijn excuses hiervoor, maar vanwege de liturgische stijl in de kluis vond ik het noodzakelijk mijn standpunt hierover duidelijk te maken. Ook verwacht ik dat er erg ongenuanceerd over geschreven en gepodcast zal worden. Ik heb mijn best gedaan het onderwerp hier op een meer invoelende manier aan te vliegen. Een bijpassende meditatie is natuurlijk moeilijk te schrijven, dus komt er binnenkort een losse.
Op 1 juli gaan de bisschoppen van de opstandige priesterbroederschap Pius X zichzelf een automatische excommunicatie op de hals halen. Ze gaan namelijk nieuwe bisschoppen wijden terwijl de paus dat niet goed vindt. Dat vinden ze weliswaar heel vervelend, zeggen ze, maar ze vinden dat ze geen andere uitweg hebben. “Hier staan wij, wij kunnen niet anders,” zeggen ze in feite.
Het moet wel gezegd: voor een tragische maar onvermijdelijke verlegenheidsoplossing zijn die illegale bisschopswijdingen een beetje merkwaardig vormgegeven. Een tragisch maar onvermijdelijk meerdaags festival met de bijbehorende tragisch maar onvermijdelijke feestelijkheden. Je kunt er zelfs een tragisch-maar-onvermijdelijk wijnpakket bij bestellen. Wat is hier in godsnaam aan de hand?
(Intro)
‘Als je niet gelooft in Jezus Christus en gedoopt bent en katholiek gaat je ziel verloren en word je eeuwig gemarteld in een poel van vuur en haat.’ Daar geloofde minstens tot aan de tweede wereldoorlog het grootste deel van de katholieken heilig in.
Dat wil zeggen: ze geloofden zelf dat ze daar heilig in geloofden. Echt veel om het lijf kan dat geloof wel niet gehad hebben, want anders zouden ze zich wel met veel meer paniek en drift hebben uitgesloofd om iedereen tot Christus te bekeren. Tenzij ze egocentrische ijspegels zouden zijn geweest. Mensen die het wel prima vonden om in de hemel te zitten terwijl anderen eeuwig crepeerden in de hel. Maar zo was het natuurlijk niet, dat is onzin. De doorsnee katholiek geloofde alleen meer in zijn eigen geloof in de hel dan in de hel zelf. Ik kan me tenminste niet herinneren dat mijn protestantse ouders vroeger aan de lopende band katholieken aan de deur kregen om ze van de eeuwige straffen te redden.
Natuurlijk waren er ook uitzonderingen op deze regel. Er was een kleine minderheid die juist heel erg geloofde in de hel voor alle niet-katholieken. Die vond je vooral in de delen van Europa waar katholiek zijn niet vanzelfsprekend was. Waar de Kerk door niet-katholieken was vervolgd en gemarginaliseerd, zoals in Nederland en Frankrijk.
Waar mensen voor hun geloof moeten lijden wordt dat geloof nou eenmaal absoluter, harder en minder aanpassingsbereid. Niet voor niks kwamen uit dat soort landen ook de meeste missionarissen. Mensen die hun leven gaven om het Evangelie te verkondigen aan niet-katholieken.
Precies zo iemand was een zekere Marcel Lefèbvre, uit het noord-Franse Tourcoing. Bij hem was het geloof in de hel helemaal écht en héél acuut. Hij geloofde bovendien ook héél erg dat je die hel alleen kon ontlopen als je gedoopt katholiek was of daar toch tenminste heel erg naar verlangde. Zo was hij van jongs af grootgebracht, en hij kon zich niks anders voorstellen. En hij was géén onverschillige ijspegel, dus sloofde hij zich heel zijn leven uit om zoveel mogelijk mensen voor Christus te winnen.
Mensen willen redden was trouwens een familietrekje bij de Lefèbvres. Marcels vader, René, werd in 1944 in een concentratiekamp doodgeschoten omdat hij er alles aan had gedaan om Britse piloten te redden van de Duitsers. Net zo investeerde ook Marcel zijn leven in het heil van anderen. Door ziekenhuizen en scholen en kindertehuizen te stichten, maar vooral door mensen katholiek te maken en zo ook te laten ontsnappen. Niet aan de hel de nazi’s, maar aan de ééuwige hel. Hij kon de gedachte niet verdragen dat hij aan het einde van zijn leven niet álles zou hebben geprobeerd om zoveel mogelijk zielen te redden.
Een heel onwerkelijk idee vi