
← Promoveren aan de VU17 dec 2012 · 2 min
Margot van Wermeskerken
Als je een voorwerp wilt pakken bepalen je hersenen welke grijpbeweging je arm en hand moeten maken om het voorwerp te kunnen pakken. Maar volwassenen handelen niet altijd naar wat ze zien. Als een voorwerp door een optische illusie groter lijkt, blijft de grijpbeweging namelijk nauwkeurig afgestemd op de echte grootte van het voorwerp. Dat komt doordat er in de hersenen twee systemen zijn die dit coördineren. Het ene systeem zorgt voor het zien van de omgeving, terwijl het tweede systeem betrokken is bij het uitvoeren van de grijpbeweging. Margot van Wermeskerken heeft onderzocht of deze functionele tweedeling van het visuele brein al bestaat bij zeer jonge baby’s, die het reiken en grijpen nog maar net beheersen. Uit haar onderzoek blijkt dat het visuele brein al op zeer jonge leeftijd uit twee systemen bestaat. De belangrijkste aanwijzing daarvoor vond Margot bij een experiment waarin baby’s konden kiezen welke van de twee badkikkers ze wilden pakken. Beide badkikkers waren even groot, maar door een optische illusie leek de ene badkikker verder weg te zijn dan de andere. De meeste baby’s grepen naar de kikker die schijnbaar het dichtst bij was, terwijl de grijpbeweging afgestemd was op de werkelijke afstand van de badkikker. Dus ook al lijkt het ene voorwerp verder weg dan het andere, de hersenen zijn toch in staat de juiste afstand in te schatten. Voor de praktijk zou het heel interessant zijn om te kijken of een dergelijke tweedeling van het visuele brein ook aanwezig is bij baby’s met een ontwikkelingsstoornis. Door hetzelfde experiment te doen kun je bijvoorbeeld bepalen of zij die tweedeling al wel of niet hebben. Op die manier kun je op basis van aanwijsgedrag iets zeggen over de ontwikkeling van de hersenen, zonder dat hierbij bijvoorbeeld een hersenscan gemaakt moet worden.