Tjipcast

← Tjipcast17 aug · 36 min

Rekenangst in het mbo?!

Rekenen roept bij veel mbo-studenten niet alleen onzekerheid op, maar soms ook jarenoude herinneringen aan mislukking, achterstand of het gevoel er simpelweg niet goed in te zijn. Volgens rekendocent Dirk Megens is juist dat beeld hardnekkig: het idee dat rekenen iets is wat je óf kunt, óf niet kunt. Vaak wordt rekenen (beta) ook tegenover aanleg voor bijvoorbeeld taal geplaatst (alfa). Helaas moet het mbo ook kritisch in de spiegel kijken. We slagen er onvoldoende in rekenen op goed niveau aan te bieden aan studenten in het beroepsonderwijs en de minimale niveaus te halen voor het uiteindelijke beroep. Ook bestaan er veel misvattingen over rekenen in het mbo. Bijvoorbeeld in relatie tot foutloos hoofdrekenen, hulpmiddelen wel of niet in zetten en het belang van dagelijkse gecijferdheid: cijfers kunnen begrijpen en gebruiken in werk, wonen, geldzaken en andere alledaagse situaties. Al met al is rekenangst een reëel probleem bij studenten in het mbo.

Dit alles vraagt om onderwijs waarin studenten hulpmiddelen leren gebruiken, rekentaal leren begrijpen en vooral voldoende succeservaringen opdoen. Maar ook om docenten die weten waar studenten staan en hun uitleg daarop kunnen aanpassen. Effectieve didactiek is daarbij belangrijk. Een digitale methode openzetten en studenten zelfstandig laten werken is volgens Megens dan niet genoeg. Rekenangst verminderen begint bovendien bij relatie en vertrouwen. Wie weet waar een student vandaan komt, welke ervaringen iemand met rekenen heeft gehad en welke context voor hem of haar betekenisvol is, kan beter aansluiten. Zo verschuift het perspectief van ‘ik kan nou eenmaal niet rekenen‘ naar de ervaring dat vooruitgang wel degelijk mogelijk is. Hoe dat mogelijk is bespreken we ook in deze aflevering aan de hand van diverse praktijkvoorbeelden.

Kernpunten uit de podcast:

🧮 Rekenen gaat in het mbo vooral over dagelijkse gecijferdheid. Studenten moeten cijfers kunnen interpreteren en gebruiken in concrete situaties, niet uitsluitend bewerkingen uit het hoofd beheersen.

🧠 Rekenangst wordt mede gevoed door eerdere ervaringen en overtuigingen. Studenten kunnen jarenlang meenemen dat zij slecht zijn in rekenen, waardoor nieuwe rekenlessen oude weerstand opnieuw oproepen.

🛠️ Hulpmiddelen kunnen juist zelfvertrouwen geven. Een rekenmachine, rekenkaart of woordenboek verlaagt niet simpelweg de eisen, maar helpt studenten om realistische rekenproblemen beter aan te pakken.

🤝 Relatie is volgens Megens een belangrijke didactische voorwaarde. Een docent die de student, diens rekenverleden en belevingswereld kent, kan beter aansluiten en vertrouwen opbouwen.

🎓 Goed rekenonderwijs vraagt om gespecialiseerde didactische kennis. Grote niveauverschillen, rekentaal en verschillende oplossingsstrategieën maken rekenen tot meer dan een vak dat een docent er zonder voorbereiding bij kan doen.

Quotes uit het gesprek

“De relatie is natuurlijk het allerbelangrijkste bij het vak rekenen.”

“OBK zeg ik altijd: oefening baart kunst.”

“Goed rekenonderwijs begint bij goed geschoolde rekendocenten die verstand hebben van verschillende vormen van differentiatie en van rekendidactiek.”