Verdwenen Toko's De Podcast

← Verdwenen Toko's De Podcast25. Sept. · 1 Std. 00 Min.

#21 De Poffertjeskraam van Trijnko Nijboer: 50 jaar Grote Markt, nu in de opslag 🥞

#21 De Poffertjeskraam van Trijnko Nijboer: 50 jaar Grote Markt, nu in de opslag 🥞25. Sept.1 Std. 00 Min.

<p>Vijftig jaar dezelfde plek, en dan sta je opeens in het pakhuis. 🥞</p><p>In aflevering 21 van Verdwenen Toko's de Podcast schuift Trijnko Nijboer aan: de poffertjeskoning van de Grote Markt. Vanaf 1974 stond zijn salon daar, eerst tegenover de Drie Gezusters en later bij de Amro-bank, en sinds de herinrichting van de Grote Markt staat hij er niet meer. Geen afscheid, geen gemeente op de laatste dag, wel een procedure die nog altijd loopt. Een gesprek over vakmanschap, boekweit en hoe je vijftig jaar op een plek kunt staan en er dan toch uit verdwijnt.</p><p>In deze aflevering:</p><ul><li>De advertentie uit het Dagblad van het Noorden van 22 mei 1974, in oud-Hollandse taal: "Gearriveerd in Groningen." De tekst had hij geleend van een Groninger kraam die meer dan honderd jaar naast de Korenbeurs stond.</li><li>Hoe een jongen die op een binnenvaartschip opgroeide via een advertentie in vakblad De Kermisgids bij poffertjesbakker De Haan op het eilandje aan de Vismarkt belandde — en dat het net zo goed de oliebollen hadden kunnen worden.</li><li>De Grote Markt in de jaren zeventig: de markt was net naar de Westerhaven verhuisd, de binnenstad liep dood, en de gemeente vroeg hem om een oppepper. Zijn terras was het eerste echte terras op de Markt, want de Drie Gezusters mocht er toen nog geen bier schenken.</li><li>De Duitse gouden jaren: op zaterdag zestig procent Duitse gasten, busmaatschappijen uit Bremen en Hamburg die bonnen uitdeelden, en klanten die hun fles jenever al gratis kregen voordat ze op de boot stonden.</li><li>De schilderingen op de kraam, gemaakt door Coos Huizinga en Olga — precies hetzelfde duo dat de engeltjes op het plafond van de Blauwe Engel schilderde.</li><li>Het vak zelf: echte poffertjes zijn negentig procent boekweit, het beslag moet rijzen, de pan is 180 graden, er passen er 200 in, en je hebt drie vorken nodig — één om te draaien, één om te strepen en één om op te steken. Wie met een trechtertje werkt, is volgens Trijnko gewoon een koekenbakker.</li><li>De klassenscheiding die er echt was: poffertjes voor de gegoede burgerij, oliebollen voor het gewone volk. En zijn eigen wet: je komt drie keer in je leven in een poffertjeskraam — als kind, als ouder en als grootouder. Sla je de eerste over, dan komen de andere twee ook niet.</li><li>Het einde: geen plek meer bij de herinrichting, een aangeboden verkoopwagentje van drie meter met papieren schaaltjes, elke avond afbreken, en een ambtenaar die de kleur zou bepalen. Op zijn laatst