
← Mens in Wording6 Jul · 1 h 00 min
Waarom hulpverleners stoppen met de leuke dingen (als het te druk wordt)
Je Huis poetsen voor de poetshulp: Waarom zelfzorg in de zorg een fabeltje is
Herken je dat? Je bent doodmoe, de werkdruk staat tot aan je lippen, en de moed zakt je in de schoenen bij de gedachte aan wéér een cliënt of patiënt. En wat doe je? Je zegt je sportafspraak af, je annuleert die gezellige avond met vrienden, en je stort je op een eindeloze to-do-lijst. Sommigen van ons gaan zelfs nog snel even het huis aan kant maken voordat de poetshulp komt.
Het is de ironie van de hulpverlener: we zorgen voor iedereen, behalve voor onszelf. En als we te veel op ons bord hebben, stoppen we acuiter dan wie dan ook met de dingen die ons daadwerkelijk voeden.
In de nieuwste aflevering van de podcast Mens in Wording pellen we dit fenomeen tot op het bot af. Aanleiding is het vertrek van co-host Carine, die vanwege een overvolle agenda de podcast moest loslaten—een pijnlijk maar noodzakelijk staaltje zuivere grenzen stellen.
De biologische kramp van controle
Waarom reageert ons systeem zo paradoxaal? Het antwoord ligt diep in ons zenuwstelsel. Wanneer we overweldigd raken door stress en de wereld om ons heen onvoorspelbaar wordt, schiet ons lichaam in de overlevingsstand. Omdat we de grote dingen buiten ons niet kunnen controleren, maken we onze wereld kunstmatig kleiner.
We maken to-do-lijstjes en schrijven er soms zelfs dingen op die we al af hebben, puur voor de dopaminekick van het afvinken. We poetsen de wc, we ordenen de stapels papier op ons bureau. Het geeft een surrogaatveiligheid. Het vertelt ons brein: Zie je wel, we hebben de controle nog.
Maar het is een illusie. Echte veiligheid zit niet in de vinkjes op je papier, maar in het durven zakken midden in de chaos.
Waarom we niet kunnen ontvangen
Als we heel eerlijk kijken naar ons verleden, hebben velen van ons als kind al geleerd dat ‘zorgen voor de ander’ de enige manier was om emotioneel veilig te zijn. We ontwikkelden een ijzersterke ‘overlevingsdraad’. Wat we niet hebben geleerd, is hoe we anderen voor ons moeten laten zorgen.
Zodra we het moeilijk hebben, trekken we ons terug of gaan we nog harder rennen. Want hulp vragen voelt gevaarlijk. Wat als de hulp niet passend is? Wat als de ander gekwetst raakt als we er iets van zeggen? Dus zeggen we al snel: “Laat maar, ik doe het wel alleen. Dat is eenvoudiger.”
De verschuiving naar de Goddelijke Draad