
← Slimmer Presteren Podcast29 May · 1 h 10 min
Hoe maak je hoogtetraining toch succesvol volgens topcoach Guido Vroemen
Dit is de 268e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:
Hoe maak je hoogtetraining toch succesvol volgens topcoach Guido VroemenINLEIDING:
Vijf jaar geleden (afl. 16) trokken we een harde conclusie: een hoogtestage is vooral dure luchtfietserij. De beoogde effecten konden niet wetenschappelijk worden aangetoond. Maar de sportwetenschap staat niet stil.
Deze week is onze vaste coach en sportarts Guido Vroemen de hele aflevering de hoofdgast. Hij is dé expert op het gebied van hoogtetraining en heeft een innovatieve, extreem pragmatische aanpak ontwikkeld.
We bespreken het ‘kwaliteit vs prikkel’ dilemma:
Op hoogte lever je in op de absolute trainingskwaliteit (intervallen). Tenzij je heel bewust kiest voor protocollen zoals Live High, Train Low of gerichte, ultrakorte sprints (IHT/RSH).
Bovendien stelt Guido dat het concept van 'non-responders' niet klopt; iedereen reageert op hoogte, maar de benodigde hypoxische prikkel (hoogte of zuurstofpercentage) verschilt simpelweg per individu.
Ben jij klaar om te stoppen met gissen op de berg?
Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat zijn de directe fysiologische effecten van hoogte op het lichaam van een duursporter?
Volgens sportarts Guido Vroemen reageert het lichaam direct op de lagere atmosferische druk op hoogte. Omdat de zuurstofmoleculen minder dicht op elkaar geperst zijn, daalt de drukverhouding in de longblaasjes. Dit zorgt voor een acute daling van de zuurstofverzadiging in het bloed. Als reactie hierop gaan de nieren direct het hormoon erytropoëtine (epo) aanmaken om het beenmerg te prikkelen tot de productie van extra rode bloedcellen. Dit fysiologische proces vraagt in de eerste week echter enorm veel energie van de atleet.
2. Waarom is de sportwetenschap zo verdeeld over het daadwerkelijke nut van een hoogtestage?
De verdeeldheid in de wetenschap komt volgens Guido Vroemen voort uit het feit dat traditioneel onderzoek vaak kijkt naar vaste protocollen en groepsgemiddelden. Hierdoor ontstond de misvatting van responders en non-responders. In de praktijk blijkt echter dat de benodigde hypoxische prikkel per individu sterk verschilt. Waar de ene duursporter al biologische aanpassingen vertoont op achttienhonderd meter, heeft de ander een veel grotere hoogte nodig. Zonder personalisatie van de hoogtetraining en het nauwkeurig meten van de totale dosis mislukken veel stages, wat de wisselende wetenschappelijke resultaten verklaart.