Evenwicht, je leven

← Evenwicht, je leven29 jul · 12 min

3 De was

3 De was29 jul12 min

Hoe een eenvoudige huishoudelijke klus ineens niet zo makkelijk gaat met evenwichtsverlies.

(afb Pixabay Manfred Richter)

Volledig transcript

Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 3: De was.

Deze aflevering gaat over een klein deel van het huishouden wat wel heel essentieel is, namelijk de was doen. Toen ik in 2006 door de ziekte van Ménière niet meer werkte en dus alle dagen thuis was, omdat ik tussen de aanvallen van draaiduizeligheid heel onstabiel bleef, was het niet eenvoudig om zelf het huishouden volledig te doen. Ik kon niet bukken of op een trapje staan. Ik kon niet eens een emmer met water tillen of iets anders zwaars tillen en ermee lopen. Dat ging allemaal niet! Pas toen de aanvallen wat minder werden en ook de instabiliteit verminderde, toen ging ik weer dingen oppakken in het huishouden.

Behalve het stofzuigen, dat deed ik liever niet. Want het was veel en veel te veel lawaai! Het geluid van die stofzuiger dat deed gewoon pijn in mijn oren. Net als ook het geluid van de waterkoker pijnlijk was en als ik de wc doortrok. Want in die begintijd van de Ménière, zal ik ook iets van hyperacusis hebben gehad. Echt overgevoeligheid voor geluid! En in dit geval dan niet speciaal kleine geluidjes, maar juist de luide geluiden.

Maar ik deed dus in die begintijd niet zelf het huishouden, het lukte dus niet. En gelukkig konden de andere leden in het gezin dat wel oppakken voor zover ze dat dan ook konden. Kreeg ik geregeld dat ze even bij me kwamen van 'hoe moet ik dat doen of hoe moet ik dat doen?' Dus ik heb ze daarbij wel kunnen ondersteunen.

En wat op een gegeven moment wel lukte -toen ik dus weer dingen kon oppakken- dat was de was doen. Het was niet de wasmand naar boven tillen, de wasmachine staat bij ons op zolder en de wasmand die staat in de badkamer op de eerste verdieping, dus die moet dan altijd naar boven gebracht worden. En dat deed ik dan nog niet. Niet omdat ik niet genoeg kracht had, maar meer omdat als je iets groots in je handen hebt en je moet een trap oplopen, dat is nogal wat. Helemaal als je dan toch nog wat instabiel bent. Dus dat deed ik dan niet, dat deed dan één van de jongens. En zo was het ook andersom. Als ik de was op zolder opgevouwen had, nadat het helemaal gedroogd was, dan bracht één van hen de wasmand weer naar beneden.

Maar ik kon natuurlijk wel de was sorteren en in de wasmachine doen. En dan ging ik op mijn knieën zitten, zodat ik niet kon omvallen. En dan deed ik dus op die manier de was in de machine. Stond de wasmand naast me en dan kon ik het er makkelijk indoen. En als de was klaar was, dan zette ik de wasmand voor de opening en ook dan ging ik op mijn knieën weer zitten en haalde ik dat allemaal één voor één eruit! Want dat bukken dat bleef toch nog wel heel lang moeilijk. En als de was daarna in de droger ging, dan deed ik dat in hele kleine stukjes. Een deel uit de machine deed ik dan in de wasmand. Dan zette ik de wasmand wat op hoogte, er zat dan niet zo veel in, was ook niet zo zwaar. En dan deed ik de spullen in de droger en dat herhaalde ik een paar keer totdat alles in de droger zat.

Maar de droger gebruikten we -en gebruiken we nu nog steeds- niet zo heel veel. De meeste was die hang ik gewoon op. We hebben daar op zolder twee wasrekken. Wat ik toen deed, was de was die ik ging ophangen, die haalde ik dan één voor één uit de wasmand en dan hield ik me altijd met één hand vast, aan de kast of aan het wasrek. En ging ik de was ophangen met knijpers. Ik merkte dat ik dat zó fijn vond om te doen. Helemaal omdat ik na maanden helemaal dat niet heb kunnen doen, was het heel fijn dat ik ineens dat soort dingen wél kon oppakken. En vanaf die tijd koester ik dat ik zélf de was kan ophangen. Aan de waslijn. Nou hebben we wel een waslijn ..ehm.. een droogrek eigenlijk, het is geen lijn, een droogrek op heuphoogte. Het zijn er twee. Dus ik hoefde nie