
← Column Marco18 déc. 2024 · 5 min
Column Marco: vrijheid van onderwijs, wat vindt Nederland eigenlijk?
Nederland kent de unieke situatie dat openbare en bijzondere scholen (scholen met een specifieke religieuze of levensbeschouwelijke grondslag), op gelijke voet worden bekostigd, zonder dat de overheid zich vergaand mag bemoeien met de manier waarop het onderwijs wordt ingericht en vormggegeven. Dit is sinds 1917 geborgd in artikel 23 van de Grondwet. Sinds 1917 is de maatschappij enorm veranderd. In 1900 was 2% van de bevolking onkerkelijk, in 2020 was dat ruim 55%. Nederland is ontzuild, maar het onderwijssysteem nog niet. Ondanks deze bijzondere ontwikkelingen is artikel 23 niet wezenlijk veranderd en wisten we eigenlijk niet wat ‘de Nederlander’ daar eigenlijk van vindt. Tot vandaag.
Onderzoek door Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam
Financieel mede mogelijk gemaakt door de Vereniging Openbaar Onderwijs en de openbare besturenorganisatie VOS/ABB hebben de UvH en de UvA ruim een jaar onderzoek gedaan naar de mening van de Nederlandse burgers over allerlei vraagstukken die samenhangen met de vrijheid van onderwijs. ‘Mogen bijzondere scholen bij het vak levensbeschouwing alleen lesgeven over de religie of levensbeschouwing van die school?’ Nee, zegt 56% van Nederland en maar 23% zegt ja. Mogen bijzondere scholen eisen dat leerlingen en ouders de geloofsregels van de school volgen en bijvoorbeeld hun homoseksualiteit in en om de school verborgen houden? Nee, zegt maar liefst 72% en maar 12% zegt ja.
Over bijzonder en openbaar onderwijs
Het was in 1917 vast niet voor te stellen, maar anno 2024 zegt nog maar 32% van de bevolking dat het goed is dat er voortgezet onderwijsscholen zijn op religieuze grondslag. De steun voor het openbaar onderwijs daarentegen is groot. Maar 1% van de Nederlanders vindt dat er geen openbaar onderwijs zou moeten zijn, terwijl precies 50% van mening is dat alle scholen openbaar zouden moeten zijn en maar 26% is tegen die stelling. 69% van de respondenten zegt er expliciet tegen te zijn dat er bijzondere scholen zijn met leerlingen en leraren van maar één bepaald geloof.
Nederland is voor onderwijs over religies en levensbeschouwing
Het onderzoek laat duidelijk zien dat Nederlanders niet anti-religieus zijn, alleen dat zij vinden dat basis- en voortgezet onderwijsscholen niet de plek zijn om kinderen in een specifieke religie in te leiden. In grote meerderheid vinden zij echter wel dat school de plek is voor kinderen om kennis te maken met de relevante religies en levensbeschouwingen en ondersteund moeten