
← Herwaarns Podcast10 juin 2025 · 1 h 38 min
Herwaarns Podcast 29 – Toegang Tot Onderwijs
Onderwijs is een mensenrecht. Toch is toegang tot onderwijs niet vanzelfsprekend. Ongeveer 13% van mensen boven de 15 heeft geen enkele vorm van onderwijs gehad en UNICEF stelt dat doel 4 van UN Sustainability Goals, Quality Education in 2030, niet gehaald gaat worden tenzij er grote veranderingen plaatsvinden. Wereldwijd gaan 250 miljoen kinderen niet naar school en heeft 70% geen basis reken- en taalvaardigheid. Maar 48% van vluchtelingenkinderen gaat naar school. In Nederland gaat bijna iedereen naar de basisschool en de middelbare school, waarbij ongeveer 94% met een diploma de middelbare school verlaat.
Onderwijs staat centraal in bijna ieders wereldbeeld, welke idealen mensen ook hebben. School wordt gezien als een manier voor zelfontplooiing, een plek voor burgerschapsvorming, een essentiële stap voor een productieve en financiële toekomst, een plek van ontmoeting of zelfs een broedplaats voor revolutie of juist het terugbrengen oude waarden. Wat er moet onderwezen en aan wie is daarom altijd onderwerp van discussie geweest.
Ooit was onderwijs het alleenrecht van de geprivigeerde klasse. Het Griekse woord “schole” betekent “vrije tijd” of “leisure”, omdat alleen rijken toegang hadden tot zelfontwikkeling. Scholing was dus exclusief. Hoewel er meer onderwijsontwikkeling kwam, was dit voorbehouden aan rijke, mannelijke, vrije burgers. Plato geloofde zelfs dat alleen de elite onderwezen zou moeten worden, omdat alleen zij de Waarheid zouden kunnen zien en de samenleving konden leiden.
Vaak was onderwijs een religieuze plicht, met verschillende ideeën over wat dat betekende. In het Midden-Oosten van de 7e tot 10e eeuw was basisonderwijs verplicht voor jongens, die tenminste de Quran moesten kunnen citeren. Hoger onderwijs was exclusiever. In China is er tijdens verschillende dynastieën gewerkt aan publiek onderwijs, geworteld in de Confucianistische traditie, maar ook daar was het een elitair systeem, ook al konden talentvolle leerlingen uit de lagere klasse zichzelf bewijzen. In Europa was religieus onderwijs de norm, maar wel exclusief voor jongens die geestelijken zouden worden. In de Middeleeuwen en de Renaissance ontstonden er gildescholen en zelfs meisjesscholen, maar steeds bleef er discussie over wie mocht leren en wat ze mochten leren. Onderwijs was vaak het bestuderen van klassieke of religieuze teksten, reproduceren en het vormen naar de maatstaf van die tijd.
Pas in de 17e en 18e eeuw kwamen er gedachten over onderwijs voor iedereen, met