
← Radio à la Carte20 févr. 2015 · 4 min
Radio à la Carte - Ingmar Heytze: Het bos
Ingmar Heytze is dichter, performer, columnist, oud-huisfilosoof en oud-stadsdichter van Utrecht. Veel radioherinneringen heeft hij aan de Ko de Boswachtershow, het Pandemonium, Een uur Ischa... Thuis luistert hij podcasts, onderweg nieuwsradio.
Het bos - door Ingmar Heytze
Zelfs de meest iconische radiostemmen – er zijn er genoeg om een hele column mee te vullen, maar laat ik me beperken tot Cor Galis, Willem Duys, Jacques Klöters, Meta de Vries, Frits Spits, Theo Koomen, Wim T. Schippers, Hans Hoogendoorn, Hanneke Groenteman, Martin Ros, Wim Brands, Mieke van der Weij, Ischa Meijer, Wim Noordhoek en John Jansen van Galen – leggen het qua impact af tegen mijn eerste grote liefde op de korte golf: Burny Bos, oftewel Ko de Boswachter. Ik viel precies in het startschot, want het programma was tussen mijn vierde en mijn veertiende elke zondag op de radio. Hondsvroeg voor ouders, precies goed voor kinderen. Mijn hele generatie kon een radio bedienen voordat zij kon lezen – dat hebben we van onze ouders geleerd.
Radio is een magisch medium, vooral voor kleine kinderen. Een goed radioprogramma, zeker als daar vormtechnisch op wordt ingezet, is een wereld op zichzelf. Ik was nog zo klein dat ik geloofde dat mijn grote zus langs magische weg bepaalde wat er op de radio en de televisie zou komen. Ik kon onmogelijk weten dat ze haar kennis gewoon uit de VPRO-gids had gehaald, want zelf kon ik nog niet lezen.
Ik begreep nog nét dat al die stemmen niet in de radio zelf huisden. Afgezien daarvan was het heel logisch om te geloven dat al die mensen die ik hoorde ergens in één groot huis bij elkaar woonden, dat Hilversum heette. Sterker nog, het was onmogelijk om er een reëler beeld bij te hebben. Ik dacht niet aan studio’s waar elk uur iets anders wordt opgenomen, goed voorbereid door redacteurs en door vakbekwame technici de ether in geslingerd, de band op, of allebei.
Ik dacht ook dat Ko de Boswachter werkelijk in het bos woonde met zijn vriendin Titia en geregeld bezoek kreeg van postbode Anton Gleuf en de band De Houthakkers. Van deze personages kende ik alleen hun stemmen. Toch waren ze echter dan mensen van vlees en bloed. Dat het fictie was, net als de sprookjes die me werden voorgelezen, was een besef dat langzaam indaalde, zoals bij Sinterklaas. Sterker nog, als ik het terugluister valt me op hoeveel ik er zelf bij heb ingevuld. Ko doet niet eens zo heel veel meer dan over de natuur vertellen, wat brieven van luisteraars voorlezen en wat rare l