Slimmer Presteren Podcast

← Slimmer Presteren Podcast2 oct. · 55 min

Wielrennen zonder oortjes: wat het WK leert over rijden op gevoel

Dit is de 281e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over:

Wielrennen zonder oortjes: wat het WK leert over rijden op gevoelINLEIDING:

Hoe weet een renner zonder oortjes en ploegleider welk vermogen hij kan volhouden? Het WK in Montréal liet zien dat ervaren renners verrassend goed op gevoel rijden.

Gerrit Heijkoop, Jurgen van Teeffelen en sportarts Guido Vroemen blikken terug op het WK wielrennen en het wielerseizoen van 2026.

Waarom rijdt het WK als een van de weinige koersen zonder oortjes?

Hoeveel levert de verboden puppy paws-houding op, en waarom is aerodynamica maatwerk geworden?

Wat zegt de wetenschap over renners die zonder fietscomputer koersen?

En bestaat de vloek van de regenboogtrui echt?

Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Waarom is wielrennen zonder oortjes zo omstreden?

Oortjes kwamen in 1988 in het peloton, toen Jan Raas zijn renners van Superconfex ermee liet koersen. Volgens Jurgen van Teeffelen botsen sindsdien twee belangen. De UCI vindt dat renners te veel pionnen van de ploegleider worden en ziet koersen zonder radio als spannender. Ploegen en renners wijzen op veiligheid: bij valpartijen en gevaarlijke passages moet informatie snel doorkomen. Toen de UCI in 2024 in de Ronde van Polen met beperkte oortjes experimenteerde, leidde een zware val tot felle kritiek van de ploegen.

2. Wat laat onderzoek zien over fietsen zonder wattagemeter of fietscomputer?

Ervaren renners blijken hun inspanning op gevoel verrassend goed in te schatten. In een studie uit 2016 reden twintig getrainde fietsers en triatleten een tijdrit van 20 kilometer, de helft met alle data en de helft zonder enige informatie. Het verschil in prestatie was niet significant, al plaatste alleen de groep met data een eindsprint. Onderzoek van Teun van Erp bij profrenners wijst dezelfde kant op. Guido Vroemen ziet de wattagemeter daarom vooral als leermiddel om gevoel en meting aan elkaar te koppelen.