Waar is Emil?

← Waar is Emil?17 mars 2021 · 10 min

Waar is Emil? Bij Nico Pieck

Na vele verhuizingen, wegens uitbreiding, is zijn meubelatelier tegenwoordig gevestigd in een oude timmerfabriek in het kloosterdorp Steyl. Hij wil zijn werk- en leefwijze graag doorgeven aan zijn kinderen en zijn personeel. “Hard werken maar met passie en plezier. Wij zorgen ervoor dat uw meubel weer een pronkstuk wordt en verzorgen het gehele proces van advies tot realisatie”, aldus Nico Pieck. Meubels stofferen of restaureren is net als muziek maken, dat is een gevoel: Het is allemaal design, het is vintage. Voor mij betekent dat dit ontwerpen zijn die met de tijd meegaan, de gedachte achter het ontwerp. En de kunst is voor mij om het meubelstuk weer in ere te herstellen. Ze hebben erover nagedacht, over het meubelstuk. Heel veel mensen denken van: een goed ontwerp, dat wil ik wel in mijn kamer hebben staan. Dat is ook een fascinatie. Het is een kunstvoorwerp, 100 procent. Maar je moet het wel goed doen, goed stofferen. Op de juiste manier, hoe zij, de ontwerpers, dat voor ogen hadden. Dat is belangrijk. Ik droomde ook eerder om iets in de muziek te doen en heb ook weliswaar met mijn broer Tasilo Pieck onder andere de band “Touchin' Tongues” opgericht en dat kun je vergelijken met mijn werk nu en muziek maken. Je legt er een bepaald gevoel in. Dat doe je met muziek maken ook, maar met mijn werk ook. Je moet wel zorgen dat je er een bepaalde “feel” bij hebt hoe je met de meubels omgaat. Met het restaureren. Met je handen werken. Het is iets wat je in je vingers moet hebben. Je moet creatief denken om dingen op te kunnen lossen. Mijn hele dag bestaat uit problemen oplossen. Bijvoorbeeld welke bepaalde handelingen ga ik doen. Met stoffen werken. Hoe zit dat? Hoeveel ruimte heb je? Hoeveel ruimte moet je innemen? Van nul af aan beginnen als een soort “bankenfluisteraar”: Het is terug beleven. Soms heb je geen oude stof waar je mallen van kunt maken, of zo. Dus dat moet jezelf maken. In principe begin je van ”scratch”, van nul. Dat is juist de kunst. Je kunt niet altijd zien hoe het meubelstuk is opgebouwd, omdat er soms geen afbeeldingen zijn van de fauteuil of van het bankje. Ik kijk altijd heel kritisch naar de inrichting en naar de meubels van mensen. Dan ga ik zitten, ga ik voelen en erover strijken. Ze noemen me ook weleens de “bankenfluisteraar”. Dat is zo gekomen om te zien en om mezelf te ontwikkelen. Ik doe het weleens bij andere mensen thuis om te gaan zitten en kijken wat ze hebben. Je moet rustig de tijd ervoor nemen om het goed te doen. Niet te