ZINTUIG

← ZINTUIG25 févr. 2023 · 1 h 09 min

4 REFLECTIE Met kunstschilder Cornelis Lemair en schrijfster en beeldhouwer Mohana van den Kroonenberg. Over stotteren, jeugdboeken, techniek, beeldhouwen, schilderen, Vermeer, Rembrandt

Mohana van den Kroonenberg besloot op haar vijfde om een ieder geval een jaar helemaal niet meer te praten. Haar stotterprobleem vormde zo’n grote belemmering dat ze er een geheim van maakte. Niemand mocht het weten. Het geheim werd groter dan het probleem zelf. Inmiddels is ze bevrijd van deze belemmering en de frustratie dankzij haar kinderboek Dodo dat uitgegeven werd door De Vier Windstreken. Mohana is ook beeldhouwer. Versterken die twee disciplines elkaar? Waar liggen de grote verschillen? Mohana wil zo onafhankelijk mogelijk zijn in het schrijven, terwijl ze bij het beeldhouwen eerder bereid is om concessies te doen voor een klant. Je kan niet direct vanuit je gevoel werken, wat met beeldhouwen wel mogelijk is. “Een boek gaat altijd door je hoofd, want je moet de grammatica en de woorden omzetten”, zegt Mohana. Tijdens het beeldhouwen kan ze zich af laten leiden door haar kinderen bijvoorbeeld, “want een idee is niet rationeel. Het is gevoelsmatig en dat verlies ik niet als ik bezig ben.” Bij een beeld overzie je bovendien het hele werk als je er omheen loopt. Je boek zal je toch telkens helemaal moeten lezen. En dat heeft Mohana honderd keer gedaan tijdens het proces. Als Mohana de term ‘passage’ aanhaalt blijkt deze zowel een overeenkomst als een verschil te zijn tussen schrijven en beeldhouwen. In beide disciplines worden passages gebruikt: Waar de ene lijn overgaat in de andere, of de ene bolling in de ander, spreken we in het beeldhouwen van passages. In het boek worden de scenes passages genoemd. Deze bereikt de schrijver dmv de witregel, een ademhaling. Een witregel is in feite tijd. En tijd speelt geen rol in een beeldhouwwerk.

De uitgever is in wezen de brug tussen de schrijver en de lezer. Mohana vertelt over de samenwerking met de redacteur. Kritiek op haar werk als schrijver komt bij Mohana harder aan dan wanneer het over haar als beeldhouwer gaat. Iets aanpassen in was of klei is veel simpeler dan een manuscript omgooien.

Cornelis Lemair lijkt er vrij helder over te zijn: De kwaliteit van een schilderij openbaart zich in de techniek. “Ik weet niet of ik gelukkig ben. Maar ik weet ook niet of ik ongelukkig ben”, antwoordt Cornelis op m’n eerste vraag over geluk. Voor mij was dat antwoord positief en een reden om direct naar de volgende vraag te gaan. Cornelis zijn 17e eeuwse schilderijen zijn bekend. Hij vertelt dat het werkproces hieraan volledig intuïtief is, al zou het werk anders doen verwachten. Regels zijn alleen voor de gevallen