
← Betrouwbare Bronnen9 Oct · 1 h 34 min
615 – Wat is er aan de hand met de VVD?
De vraag houdt velen bezig. Wat is er aan de hand met de VVD en moet het verder met de rechtsliberalen? Ze staan all time low in de peilingen en minder dan de helft van de VVD-kiezers heeft nog vertrouwen in partijleider Dilan Yesilgöz.
Staren ze in een gat of is er toch nog een wenkend perspectief? Waar dan? Hoe dan? Met wie dan? Dreigt het lot van de Duitse zusterpartij, de FDP? Jaap Jansen en PG Kroeger over de onheilspellende lotgevallen van de VVD.
***
Deze aflevering is mede mogelijk gemaakt met donaties van luisteraars die we hiervoor hartelijk danken. Word ook vriend van de show!
Heb je belangstelling om in onze podcast te adverteren of ons te sponsoren? Zend ons een mailtje en wij zoeken contact.
***
Kantelpunt was de val van Rutte IV en het ‘epifaan moment’ van de gevallen premier. Zijn eigen partij, aangezet door het duo Dilan Yesilgöz en Ruben Brekelmans, had geen fiducie meer in het steeds weer vinden van slimme compromissen en vage afspraken rond het midden. Er moest de kiezers stevig rechttoe-rechtaan beleid op rechts in duidelijke taal geleverd worden. Bij migratie en asiel, op veiligheid en vooral ‘rust in de portemonnee’.
De VVD maakte hier een drieledige strategische fout. Ten eerste normaliseerde ze Geert Wilders en zijn PVV. Kiezers vroegen zich af: waarom neem je de kopie als het origineel beschikbaar is? Ten tweede zagen ze niet dat voor veel kiezers NSC een 'net alternatief' op rechts bood. En ten derde geloofde de VVD tegen alle bewijzen in – nota bene officieel vastgesteld door Mark Rutte – toch weer dat de Donner-doctrine succes beloofde.
Bij de vorming van een coalitie met PVV en NSC - BBB was hierbij nooit een wezenlijke factor - merkte de VVD al direct dat ze misgegokt had. Politiek was zij niet meer leidend, inhoudelijk kon ze zich juist niet als 'stevig rechts', maar slechts als gematigd 'safe pair of hands' profileren. De Donner-doctrine bleek opnieuw niet te kloppen. De extremisten en populisten radicaliseerden en werden stuurloos in een coalitie. Schoof werd het symbool van de onmacht die de VVD zichzelf hiermee aandeed.
Daarbij herrees het midden en vond men op centrumlinks een eensgezinde machtsoptie. D66 en CDA kwamen met eigen versies van Ruttiaanse gematigdheid en dreigden de VVD electoraal in te halen. De nieuwe strategie van de liberalen werd daarom 'alleen wij kunnen links nog blokkeren'; de kiezers moesten daarom ‘toch maar weer de VVD’ stemmen. Obstructie als eindspurt-leuze. Iets liberaals was nerge